De Rijksoverheid en het sprookje van de wolf en de kleine biggetjes

Uitgelicht

Kent u het sprookje van de wolf en de kleine biggetjes?

Het kabinet Rutte wil toewerken naar een kleine, efficiënte overheid en streeft hierbij naar minder rijksambtenaren. Op dit moment lijkt er een reductie van ruim 25.000 ambtenaren haalbaar.

Buiten blaast de wolf een stevige crisis. Gelukkig zit de voordeur op slot. Naar buiten mag wel, maar niet naar binnen. Op papier een fraaie personeelsreductie, zeker als hierbij een aantal ministeries nog geen cijfers hebben afgegeven.

De basisgedachte is dat externe inhuur kostbaar en ongewenst is. En dus bestreden moet worden. Met Roemer-norm in de hand komt bij een ministerie geen wolf door de achterdeur.

Tot dusver weinig aan de hand. Lijkt allemaal erg logisch.

Dus de creatieve oplossingen moeten dus van de biggetjes van binnenuit komen. Met 275.000 werknemers is de rijksoverheid een grote werkgever. Grote organisaties zijn vaak hiërarchisch van structuur. Zo ook wordt de reductie binnen de autonomie van elke ministerie bestuurd. Overschot en tekorten aan kennis en kunde worden binnen en niet niet tussen ministeries opgelost. Interne arbeidsmobiliteit is als proces geen automatisme. Ook de tussendeuren zitten dus stevig op slot. Dit klinkt minder logisch.

De voordeur, de achterdeur en de alle tussendeuren zitten stevig op slot tegen de boze buitenwereld. Er komt niemand meer binnen en niemand beweegt. Hopen dat de wolf vanzelf weg gaat? Zonder samenhang zijn het allemaal schijnoplossingen.

Wie ontschot de ministeries en brengt samenhang tussen de maatregelen? Zet de kennis en kunde van de professional centraal en maximaliseer mobiliteit. Mensen en organisaties leren en innoveren alleen bij interactie. Met professionals van binnen en van buiten.

Dus zet alle slimme biggetjes bij elkaar en blaas die wolf weg. Het is crisis.

Eric Sessink
InQuest Mobiliteit en Marktplaats

Civil Society: kans of bedreiging?

Vorig week was ik getuige van een bijzondere bijeenkomst in Son & Breugel. Centraal thema tijdens deze avond was “civil society” of in mooi Nederlands “burgermaatschappij”.

Wikipedia.nl schrijft hierover: “de burgermaatschappij of civil society of maatschappelijk middenveld kan bondig worden omschreven als het institutionele domein van vrijwillige associaties. Het is een aanduiding van organisaties of instituties buiten de sfeer van de overheid, de markt en de verbanden van familie en vrienden”. Volgens Wikipedia gaat deze manier van organiseren van het maatschappelijk leven zelfs terug tot de Grieken. Zijn we mogelijk uit het oog verloren.

Mijn vrije vertaling: mondige burgers nemen de regie in handen voor hun eigen geluk en de overheid stelt hierbij hoogstens de kaders. Voorbeelden van “civil society” initiatieven zijn: thuis verbonden, slimme zorg, buurtzorg, sociale netwerken, boodschappendienst. In de huidige tijd staan de ICT-infrastructuur (breedband met ondersteunende diensten) hierbij als noodzakelijke randvoorwaarde. Is deze ontwikkeling een bedreiging of een kans voor de gemeentelijke rol? De gemeentelijke begroting staat fors onder druk. Met name op het terrein van de WMO staat de gemeente voor grote uitdagingen. Anderzijds is er veel kennis, ervaring en organisatiekracht bij burgers die veel te veel onbenut blijft.

Vertrouwen in de politiek is zelden zo laag geweest. Is het mogelijk dat met een andere, kleinere overheid en minder geld een betere maatschappij te bouwen is? Zo’n win-win-win-situatie klinkt bijna te mooi om waar te zijn. In Son was de babyboom-generatie duidelijk in de meerderheid. Toeval of veelzeggend? Ik denk het laatste. Veel 65+ers voelen zich te jong voor achter de geraniums. En ze nemen het hef in handen voor hun eigen toekomst. Laten we hopen dat de overheid hen niet met teveel beleid ontmoedigd. Het mooie van deze ontwikkeling is dat de term “gemeente” niet meer beperkt blijft tot de activiteiten binnen de gemeentelijke muren van ambtenaren en politici. Welke gemeenten naast Son & Breugel zijn volwassen genoeg het hef uit handen te geven?

Gilde 2.0: herontdekking van de Maakindustrie?

Vanaf de middeleeuwen tot eind 18e eeuw waren gilden een belangrijke economisch motor van Nederland. Een gilde was een belangenorganisatie van personen met hetzelfde beroep. In een gilde werd kennis en ervaring uitgewisseld. Nieuwe gildeleden werden opgeleid in het vak. Na een gedegen opleiding kon een leerling erkend worden als vakman met de titel “gezel” en uiteindelijk de titel “meester” verkrijgen na het doen van de gilde- of meesterproef1.

De laatste decennia ligt voor Nederland de economische focus primair op ontwikkelen van de kenniseconomie2. Op zich prima, maar is Nederland economisch gezien niet structureel kwetsbaar en afhankelijk geworden?

Europa is van een financiële nu ook in een diepe economische crisis gezakt. Het ene land echter wat dieper dan de andere. Duitsland hiertegen vaart een andere koers en heeft haar industrie niet obsessief ge-offshored. Duitse bedrijven leveren bijvoorbeeld productiemiddelen en goederen aan de Chinese markt en profiteren hiermee heel direct van de Chinese groei. En wij? We presteren beduidend slechter dan onze Oosterburen.

Nog een voorbeeld. Afgelopen weekend waren mijn vrouw en ik aan het winkelen in Eindhoven. Mijn echtgenote is kledingstyliste en wil op de hoogte blijven van de nieuwste kledingtrends. Puur toevallig kwamen we in een voor ons nieuwe kledingwinkel. We kwamen met een trotse verkoopster in gesprek en wat bleek? De winkel verkoopt unieke kleding die ontworpen is in de Design Academie. De directe verkoop zorgt voor betaalbare prijzen voor unieke producten en voor de verkoper een mooie marge door weinig tussenschakels. Benieuwd hoe de supply chain werkt, vroeg ik: “En produceren jullie de kleding ook zelf?”  “Was het maar waar”. “Helaas moeten we het uitbesteden buiten Nederland, want er zijn te weinig goede vakmensen meer in Nederland die dit vak beheersen”. Waar is het gilde van de kleermakers gebleven?

Massa is kassa. Dit is de laatste decennia voor veel grote concerns de reden geweest productie naar lage loon landen over te brengen. Maar hebben we ons daarbij niet in vingers gesneden? Dit weekend las ik een boeiend stukje over “additive manufacturing”. Dit is een technologie waarbij producten laagje voor laagje worden opgebouwd, rechtstreeks vanaf een digitale file. Het biedt de mogelijkheid om nieuwe producten te maken, die via traditionele “massa = kassa”-methoden niet te produceren zijn. Via ‘on demand, on location manufacturing’ kunnen die producten efficiënter en duurzamer worden geproduceerd. Dit biedt veel kansen voor new business development. Ligt hier een gouden toekomst?

Jongeren willen vooral studeren en liefst zo hoog mogelijk. We komen steeds meer kunde tekort en dit breekt ons op. De arbeidsmarkt zit nu al in een diepe onbalans. We komen met name technici tekort. Eén en één is drie. Innoveren doen we al. Met korte lijnen zelf slim produceren zorgt voor werk. Esther Raats, voorzitter van PZO (Platform Zelfstandige Ondernemers) riep het al: eerherstel voor de gilde, maar wel in een modern 2.0-jasje?

Ben ik een anti-globalist of anti-Europeaan? Zeker niet. Maar een iets meer autarkische huishouding maakt onze economie wel minder kwetsbaar. En als we nog echte meesters in de gelederen hebben dan gaan er de komende jaren veel met pensioen. Wie organiseert tijdig de “meester-gezel” relatie in uw (netwerk)organisatie of beroepsgroep? Hoe borg jij het vakmanschap naar de nieuwe generatie? Er gaan veel vaardigheden verloren en dit is niet meer snel hersteld.

Eric Sessink
InQuest Mobiliteit en Marktplaats

Regels belangrijker dan ons dure belastinggeld?

Het is lange tijd juridisch stil geweest rond wat mag er nu wel en wat mag er niet met marktplaatsconcept voor externe inhuur.

Wat schetst mijn verbazing op ZipEconomy1 en het blad Aanbestedingsrecht2 gaan een paar juridisch getinte bommetjes af. Toeval of goed gekozen tegenaanval op deze groeiende markt?

Voor normale stervelingen onbegrijpelijke uitweidingen over wat is 2A- en wat is 2B-dienst. De juristen zijn het onderling niet eens, laat staan de arme inkopers die het moeten uitvoeren.

Wat vind ik hiervan? Het concept levert een aanbestedende dienst gemiddeld een kostenreductie tot meer dan 20%. Zijn de heren juristen vergeten dat we in economisch zwaar weer zitten? Of kijken ze alleen naar hun persoonlijke economie?

Ik noem dit onverantwoord gedrag in huidige crisistijd.

Mits goed gebruikt is het marktplaatsconcept in de kern objectief, transparant en niet-discriminerend. Volgens mij de basisuitgangspunten van de aanbestedingswetgeving. Hier zou de discussie over moeten gaan. Overheden die deze grondregels overtreden moet je keihard nagelen.

Laten we in ons aller belang hopen dat de nieuwe aanbestedingswet alle nonsens-regels schrapt en de regels fors eenvoudiger en begrijpbaar maakt.

Het wordt in de huidige crisis hoog tijd voor eenvoudiger, eenduidige en dus wel toetsbare regels. Bill Clinton heeft ons al eens voorgehouden: “It’s the economy stupid..”.

Geef inkoop terug aan de inkopers.

Eric Sessink
Inquest Mobiliteit en Marktplaats adviseert haar klanten bij het koppelen van in-, door- en uitstroom van vast personeel met externe inhuur. Zie: www.inquestmm.nl

1 http://www.zipconomy.nl/2011/09/de-juridische-grenzen-van-de-marktplaats-verkend-en-overschreden/

2 http://www.heinvanderhorst.eu/pdf/TA%20Doolhof%20gepubliceerd.pdf

Op weg naar één “metamarktplaats” voor externe inhuur?

Op een Marktplaats voor externe inhuur ontmoeten vraag en aanbod elkaar op een snelle en flexibele manier. Sinds de invoering van de eerste marktplaats voor inhuur in 2007 is het aantal verschillende marktplaatsen binnen de (semi-)overheid zeer snel gegroeid.

Eén centrale marktplaats voor de gehele overheid lijkt op het eerste gezicht handiger dan veel losse platforms naast elkaar. Uit oogpunt van gebruiksvriendelijkheid en overzichtelijkheid zou het voor aanbieders erg hulpzaam zijn als er één gezamenlijk platform zou zijn. Eén keer inschrijven inschrijven en je doet als aanbieder mee op alle marktplaatsen? Met name in de hoek van zelfstandige professionals een vaker gehoorde droom. Geen onnodige bureaucratie.

Er zijn echter ook grote nadelen.

Ten eerste zijn er inmiddels meer dan 20 aanbieders van marktplaatssystemen1 en de onderlinge concurrentie is dan ook groot (echter, in de praktijk gaat de strijd vaak tussen een beperkt aantal aanbieders). Door deze concurrentie zijn de systeemtarieven met meer dan 90% gedaald. Dit was zonder echte marktwerking nooit gebeurd. Links of rechts om heeft dit gevolgen voor iedereen.

Ten tweede en nog veel belangrijker: een pluriform marktaanbod van systemen bevordert innovatie. Nieuwe ontwikkelingen voor zowel de vraag- als de aanbodzijde in een marktplaatsomgeving van groot belang! De huidige Marktplaatssystemen zijn relatief nog erg jong en vooral op het gebied van functionaliteit. Wat betreft de gebruiksvriendelijkheid is nog een wereld te winnen. En door de hevige concurrentiestrijd tussen aanbieders maken systemen op deze terreinen een stormachtige ontwikkeling door.

Ook komen er steeds meer marktplaatsen die streven naar een kleine maar kwalitatief goede database van regionale leveranciers. Binnen een straal van 100 km treft een inschrijver maar enkele regionale marktplaatsen aan. Dus hoe groot is het probleem?

Wat mij betreft overtreffen de nadelen van één centrale marktplaats de voordelen.

Eric Sessink
Inquest Mobiliteit en Marktplaats

Marktplaats inhuur: discrimineer alleen achteraf

Op een Marktplaats voor Externe Inhuur ontmoeten vraag en aanbod elkaar op een snelle en flexibele manier. Sinds de invoering van de eerste marktplaats voor inhuur in 2007 is het aantal marktplaatsen binnen de overheid zeer snel gegroeid.

Met het concept Marktplaats neem je als overheidsorganisatie geheel of deels afscheid van een traditionele Europese aanbesteding. Via de meer traditionele aanbestedingsroute is de markt meestal beperkt tot de grotere aanbieders die ingericht zijn op dit spel. Juridisch gezien weinig mis mee, echter kleine partijen spelen in de praktijk hoogstens een indirecte onderaannemersrol. Vanuit oogpunt van rechtmatigheid verdedigbaar, maar absoluut niet doelmatig. En dus een hogere rekening voor de belastingbetaler.

In de meest zuivere vorm van een marktplaats kunnen alle partijen, volledig gelijkwaardig van groot tot klein, laagdrempelig aanbieden.

Helaas komen we regelmatig situaties tegen waarbij een zuivere marktwerking is aangetast. Bepaalde doelgroepen worden bevoordeeld. We zien bijvoorbeeld marktplaatsen waarbij je als zelfstandige professional vooraf bonuspunten krijgt. Vanuit marktwerking en doelmatigheid een niet wenselijke situatie en wellicht discriminerend vanuit oogpunt van rechtmatigheid. Vroeger sloeg de balans door naar de grote spelers. Nu slaat de balans door naar de kleinste. Net zo erg.

Einde van elke discriminatie? Nee! Het wordt tijd dat marktplaatsen meer achteraf gaan discrimineren. Als achteraf een professional de opdracht niet naar behoren heeft uitgevoerd. En als hier vooraf spijkerharde afspraken zijn gemaakt en tussentijds de voortgang is besproken en samenwerking desgewenst is bijgesteld. Zo gaan we toch ook met vast personeel om, dus waarom niet met ingehuurden uit je flexibele schil?

De marktplaats is niet bedoeld als instrument voor discriminatie vooraf van welke doelgroep dan ook. Laat de beste professional winnen ongeacht de herkomst. Maar reken wel af aan het eind van de opdracht en neem dit als bonus/malus mee bij de volgende uitvraag.

Op deze manier wint de kwaliteit.

Eric Sessink
InQuest Mobiliteit en Marktplaats