Vanaf de middeleeuwen tot eind 18e eeuw waren gilden een belangrijke economisch motor van Nederland. Een gilde was een belangenorganisatie van personen met hetzelfde beroep. In een gilde werd kennis en ervaring uitgewisseld. Nieuwe gildeleden werden opgeleid in het vak. Na een gedegen opleiding kon een leerling erkend worden als vakman met de titel “gezel” en uiteindelijk de titel “meester” verkrijgen na het doen van de gilde- of meesterproef1.
De laatste decennia ligt voor Nederland de economische focus primair op ontwikkelen van de kenniseconomie2. Op zich prima, maar is Nederland economisch gezien niet structureel kwetsbaar en afhankelijk geworden?
Europa is van een financiële nu ook in een diepe economische crisis gezakt. Het ene land echter wat dieper dan de andere. Duitsland hiertegen vaart een andere koers en heeft haar industrie niet obsessief ge-offshored. Duitse bedrijven leveren bijvoorbeeld productiemiddelen en goederen aan de Chinese markt en profiteren hiermee heel direct van de Chinese groei. En wij? We presteren beduidend slechter dan onze Oosterburen.
Nog een voorbeeld. Afgelopen weekend waren mijn vrouw en ik aan het winkelen in Eindhoven. Mijn echtgenote is kledingstyliste en wil op de hoogte blijven van de nieuwste kledingtrends. Puur toevallig kwamen we in een voor ons nieuwe kledingwinkel. We kwamen met een trotse verkoopster in gesprek en wat bleek? De winkel verkoopt unieke kleding die ontworpen is in de Design Academie. De directe verkoop zorgt voor betaalbare prijzen voor unieke producten en voor de verkoper een mooie marge door weinig tussenschakels. Benieuwd hoe de supply chain werkt, vroeg ik: “En produceren jullie de kleding ook zelf?” “Was het maar waar”. “Helaas moeten we het uitbesteden buiten Nederland, want er zijn te weinig goede vakmensen meer in Nederland die dit vak beheersen”. Waar is het gilde van de kleermakers gebleven?
Massa is kassa. Dit is de laatste decennia voor veel grote concerns de reden geweest productie naar lage loon landen over te brengen. Maar hebben we ons daarbij niet in vingers gesneden? Dit weekend las ik een boeiend stukje over “additive manufacturing”. Dit is een technologie waarbij producten laagje voor laagje worden opgebouwd, rechtstreeks vanaf een digitale file. Het biedt de mogelijkheid om nieuwe producten te maken, die via traditionele “massa = kassa”-methoden niet te produceren zijn. Via ‘on demand, on location manufacturing’ kunnen die producten efficiënter en duurzamer worden geproduceerd. Dit biedt veel kansen voor new business development. Ligt hier een gouden toekomst?
Jongeren willen vooral studeren en liefst zo hoog mogelijk. We komen steeds meer kunde tekort en dit breekt ons op. De arbeidsmarkt zit nu al in een diepe onbalans. We komen met name technici tekort. Eén en één is drie. Innoveren doen we al. Met korte lijnen zelf slim produceren zorgt voor werk. Esther Raats, voorzitter van PZO (Platform Zelfstandige Ondernemers) riep het al: eerherstel voor de gilde, maar wel in een modern 2.0-jasje?
Ben ik een anti-globalist of anti-Europeaan? Zeker niet. Maar een iets meer autarkische huishouding maakt onze economie wel minder kwetsbaar. En als we nog echte meesters in de gelederen hebben dan gaan er de komende jaren veel met pensioen. Wie organiseert tijdig de “meester-gezel” relatie in uw (netwerk)organisatie of beroepsgroep? Hoe borg jij het vakmanschap naar de nieuwe generatie? Er gaan veel vaardigheden verloren en dit is niet meer snel hersteld.
Eric Sessink
InQuest Mobiliteit en Marktplaats